ECLI:NL:HR:2002:AD4402
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afgeleid verschoningsrecht van deskundige verbonden aan advocaat
In deze zaak stond centraal de vraag of een rapport dat een registeraccountant op verzoek van een advocaat heeft opgesteld, valt onder het afgeleide verschoningsrecht van die advocaat. De rechtbank had het klaagschrift gegrond verklaard en het rapport teruggegeven aan de klaagster, waarbij werd vastgesteld dat het rapport vertrouwelijke gegevens bevat die onder het verschoningsrecht vallen.
De Officier van Justitie stelde dat het afgeleide verschoningsrecht niet geldt voor rapporten die door een niet-verschoningsgerechtigde deskundige zijn opgesteld op basis van vertrouwelijke stukken. De Hoge Raad oordeelde echter dat het afgeleide verschoningsrecht noodzakelijk is om de geheimhoudingsplicht van de advocaat effectief te beschermen, vooral wanneer een deskundige wordt ingeschakeld om over gespecialiseerde kennis te beschikken.
De Hoge Raad bevestigde dat het afgeleide verschoningsrecht zich uitstrekt tot adviezen en rapporten van de deskundige die vertrouwelijke informatie bevatten die door de advocaat is verstrekt. Het oordeel of stukken onder dit recht vallen, behoort in beginsel toe aan de advocaat. Het cassatieberoep werd verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het afgeleide verschoningsrecht van de deskundige verbonden aan de advocaat.