ECLI:NL:PHR:2007:AZ3564
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over inbeslagneming computers en verschoningsrecht advocaat
In deze zaak gaat het om het beklag van een voormalige advocaat tegen de herhaalde inbeslagneming van computers met bestanden die onder zijn beroepsgeheim vallen. Na een eerste onrechtmatige inbeslagneming besloot de voorzieningenrechter tot teruggave, waarna de computers direct opnieuw in beslag werden genomen onder gewijzigde omstandigheden, namelijk dat klager inmiddels als verdachte werd aangemerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat brieven of geschriften die het voorwerp van een strafbaar feit uitmaken of daartoe hebben gediend, ook als opgeslagen op computers, zonder toestemming van de verschoningsgerechtigde in beslag mogen worden genomen. Het verschoningsrecht geldt niet voor deze gegevens. Verder is het toegestaan dat onderzoek aan de gehele computer plaatsvindt, ook zonder dat klager per bestand kan aangeven of het onder zijn verschoningsrecht valt, mits het onderzoek het verschoningsrecht waarborgt.
Ten aanzien van de tweede inbeslagneming oordeelt de Hoge Raad dat deze rechtmatig is omdat de omstandigheden waren gewijzigd: klager was nu verdachte. De rechtbank had vastgesteld dat het onderzoek naar de computers zou plaatsvinden zonder schending van het verschoningsrecht. Klager's middelen worden verworpen, waarbij de Hoge Raad ook ingaat op de technische en juridische aspecten van het verschoningsrecht bij digitale bestanden en het belang van waarborgen bij onderzoek.
De Hoge Raad benadrukt dat het verschoningsrecht niet betekent dat opsporingsinstanties hun onderzoeksmethoden hoeven prijs te geven, maar dat voldoende waarborgen moeten bestaan. De conclusie is dat de herhaalde inbeslagneming en het onderzoek aan de computers niet onrechtmatig zijn en het beklag ongegrond is verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beklag tegen de tweede inbeslagneming van de computers ongegrond en bevestigt dat het onderzoek zonder schending van het verschoningsrecht kan plaatsvinden.