ECLI:NL:HR:2002:AD6434
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt fiscale eenheid voor omzetbelasting tussen buitenlandse hoofdvestiging en Nederlandse vaste inrichting
Belanghebbende, een fiscale eenheid voor de omzetbelasting bestaande uit onder meer X1 Ltd. en X2 Ltd., beide met vaste inrichtingen in Nederland, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het Hof vernietigde de aanslag en oordeelde dat de kosten die X2 Ltd. ten laste brengt van haar Nederlandse vaste inrichting geen belastbare prestaties zijn, omdat de hoofdvestiging en de vaste inrichting juridisch dezelfde persoon vormen binnen de fiscale eenheid.
De Staatssecretaris stelde dat de vaste inrichting als zelfstandige ondernemer moet worden gezien en dat de kosten van de hoofdvestiging aan de vaste inrichting als belastbare diensten moeten worden aangemerkt. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat op grond van artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn de fiscale eenheid ook buitenlandse hoofdvestigingen met Nederlandse vaste inrichtingen omvat.
De Hoge Raad oordeelde dat interne verrichtingen binnen de fiscale eenheid niet aan omzetbelasting zijn onderworpen en dat de naheffingsaanslag daarom onterecht was opgelegd. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag vernietigd.