ECLI:NL:HR:2002:AD6630

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/086HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie tegen beschikking van de Rechtbank te Breda inzake sociale zekerheidskwestie

In deze zaak gaat het om een cassatieprocedure die is ingesteld door [verzoeker] tegen de Gemeente Roosendaal. De Hoge Raad verwijst naar een eerdere beschikking van 24 november 2000, waarin de beschikking van de Rechtbank te Breda van 6 april 1999 werd vernietigd en het geding werd verwezen naar die Rechtbank voor verdere behandeling. Na de memoriewisseling door partijen heeft de Rechtbank te Breda op 11 mei 2001 de eerdere beschikkingen van de Kantonrechter te Bergen op Zoom bekrachtigd. Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld, waarbij de Gemeente geen verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal L. Strikwerda heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten in de middelen beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat nadere motivering niet nodig is, aangezien de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, en deze beschikking is openbaar uitgesproken op 18 januari 2002 door raadsheer A. Hammerstein.

Uitspraak

18 januari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/086HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
DE GEMEENTE ROOSENDAAL, gevestigd te Roosendaal,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding tot dusver
Voor het verloop van het geding tot dusver tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 24 november 2000, rek. nr. R99/106HR. Bij deze beschikking heeft de Hoge Raad vernietigd de beschikking van de Rechtbank te Breda van 6 april 1999 en het geding verwezen naar die Rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Na memoriewisseling door partijen heeft de Rechtbank te Breda bij beschikking van 11 mei 2001 de beschikkingen van de Kantonrechter te Bergen op Zoom van 27 mei 1997 en 14 juli 1998, gewezen onder rep. nrs. 586/94 en 90/95, bekrachtigd.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot be-antwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uit-gesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 18 januari 2002.