ECLI:NL:PHR:2002:AD6630
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugvordering bijstand op grond van onjuiste en onvolledige inlichtingen
De zaak betreft een geschil tussen een verzoeker en de Gemeente Rossendaal over de terugvordering van kosten van bijstand die aan verzoeker en diens voormalige echtgenote zijn verleend. De Gemeente vorderde terugbetaling van bijstand over twee perioden, omdat zij meende dat de bijstand was verleend op basis van onjuiste en onvolledige inlichtingen.
De Kantonrechter wees de vorderingen van de Gemeente toe, waarna verzoeker in hoger beroep ging. De Rechtbank verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, maar de Hoge Raad vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug. Na verwijzing oordeelde de Rechtbank alsnog ontvankelijkheid en bekrachtigde de eerdere beschikking.
In cassatie klaagde verzoeker dat de Rechtbank ten onrechte het volledige bedrag had toegewezen zonder rekening te houden met het uitgangspunt dat terugvordering alleen mogelijk is indien bijstand niet zou zijn verleend bij juiste en volledige inlichtingen. De Hoge Raad verwierp dit middel wegens gebrek aan feitelijke grondslag, omdat de Rechtbank dit uitgangspunt juist had toegepast en de stelplicht en het bewijsrisico correct had verdeeld.
Een tweede middel betrof de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro, maar dit werd eveneens verworpen wegens gebrek aan belang, omdat een termijnoverschrijding geen aanleiding geeft tot een andere beslissing op grond van het nationale recht. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de terugvordering van bijstand door de Gemeente.