ECLI:NL:HR:2002:AD8476
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak en verwijzing in zaak inkomstenbelasting waarnemend huisarts
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van f 90.569. Tegen deze uitspraak ging belanghebbende in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen onderneming dreef omdat de waarnemingsactiviteiten slechts een voorbijgaand karakter hadden en niet gericht waren op continuïteit.
De Hoge Raad overweegt dat de voorwaarde van continuïteit alleen niet is vervuld indien bij aanvang van de werkzaamheden al voorzienbaar was dat deze kortstondig zouden zijn. Het hof had niet vastgesteld dat deze kortstondigheid voorzienbaar was. Daarom slaagt het middel van belanghebbende en kan het arrest van het Hof niet in stand blijven.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.