ECLI:NL:HR:2002:AD9117
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens verwijdering opgeslagen zaken zonder bewijs van waarde
Eiser had verweerder gedagvaard wegens onrechtmatige verwijdering van een hydraulische stripmachine, een haringspannet en twee touwmatten die op het terrein van verweerder waren opgeslagen. Eiser vorderde schadevergoeding van ƒ 16.000,--, later verminderd tot ƒ 15.500,--.
De Rechtbank kende een gedeeltelijke vergoeding toe van ƒ 5.550,--, maar het Gerechtshof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Het Hof oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat de zaken nog waarde hadden, mede omdat deze jarenlang ongebruikt en zonder onderhoud op het terrein hadden gelegen. Verweerder had voldaan aan zijn verplichtingen door de schrootwaarde van de stripmachine te vergoeden en vergelijkbare touwmatten aan te bieden.
Eiser stelde in cassatie dat het Hof hem niet voldoende gelegenheid had gegeven te reageren op het incidenteel hoger beroep en dat het Hof ten onrechte aannam dat de zaken jarenlang ongebruikt waren. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de opslag slechts was gedoogd en dat eiser het risico droeg. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende bewijs en het ontbreken van toezichtverplichting.