ECLI:NL:HR:2002:AE0651
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt getuigenverhoor van kantonrechter over comparitie ondanks procesorde
In deze zaak vordert een werknemer betaling van achterstallig salaris van zijn werkgever, Domaro B.V., waarbij de toepassing van de CAO ter discussie staat. Tijdens de procedure heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gehouden zonder proces-verbaal op te maken. In hoger beroep heeft de rechtbank Domaro toegestaan bewijs te leveren, waaronder het horen van de kantonrechter als getuige over de comparitie.
De kantonrechter verzet zich tegen het getuigenverhoor en vordert dat hij wordt vrijgesteld van het afleggen van getuigenis over de comparitie. De rechter-commissaris wijst deze vordering af, stellende dat het horen van de kantonrechter als getuige noodzakelijk is om vast te stellen wat tijdens de comparitie is besproken, juist omdat er geen proces-verbaal is.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de verplichting tot getuigenis ook geldt voor een rechter die als getuige wordt opgeroepen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het feit dat de kantonrechter de comparitie heeft geleid en over de zaak heeft geoordeeld, vormt geen beletsel voor zijn getuigenis. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de kantonrechter in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de kantonrechter als getuige moet worden gehoord over de comparitie.