ECLI:NL:HR:2002:AE0862
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vermogenswaardering aandelen bij naheffingsaanslag loonbelasting en invloed defungeringsregeling
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de waardering van de aandelen onjuist was vanwege een defungeringsregeling die de waarde zou drukken.
Het Hof oordeelde dat de contante waarde van te verwachten winstuitkeringen de juiste waarderingsgrondslag was en dat de beperkingen in vervreemding, waaronder de defungeringsregeling, geen invloed hadden op de waarde. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof onvoldoende heeft onderzocht of die regeling invloed heeft op de waarde in het economische verkeer.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nadere beoordeling van de waardering met inachtneming van de defungeringsregeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nader onderzoek naar de invloed van de defungeringsregeling op de aandelenwaarde.