ECLI:NL:HR:2002:AE1756
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering aan VS ondanks feit deels buiten VS gepleegd
De zaak betreft een cassatieberoep van de opgeëiste persoon tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam die uitlevering aan de Verenigde Staten toestond wegens betrokkenheid bij het medeplegen van drugshandel.
De rechtbank stelde vast dat de VS rechtsmacht heeft omdat het strafbare feit deels op hun grondgebied is gepleegd, ondanks dat de verdachte niet fysiek in de VS aanwezig was. De rechtbank oordeelde dat artikel 9 lid 2 onder Pro e van het uitleveringsverdrag niet van toepassing is omdat het feit niet volledig buiten het grondgebied van de verzoekende staat plaatsvond.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad overweegt dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de voorwaarde van het uitleveringsverdrag voor het overleggen van wetsbepalingen betreffende rechtsmacht niet van toepassing is omdat het strafbare feit deels in de VS is gepleegd.
De overige klachten in het cassatieberoep worden niet inhoudelijk behandeld omdat ze niet leiden tot rechtsontwikkeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 14 mei 2002.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering aan de Verenigde Staten.