Conclusie
Inleiding
Het middel
Het uitleveringsverzoek
Affidavitvan de
assistant United States attorneyd.d. 18 juni 2021 ten grondslag, met daarin een relaas van de feiten waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht. Voor de beoordeling van het middel zijn met name de volgende passages van de Affidavit relevant: [1]
OVERVIEW OF THE INVESTIGATION
Exhibit A. A violation of these statutes is a felony under United States law. […]
Built by criminals for criminals.” [opgeëiste persoon] also was committed to Anom’s goal of operating “underground.” During the communications, another Anom distributor based in Australia, [betrokkene 1] , reminded the group that that Anom is to stay underground: […]
De bestreden uitspraak
Genoegzaamheid van de stukken en rechtsmacht
Het namens de opgeëiste persoon gevoerde verweer
GENOEGZAAMHEID STUKKEN – RECHTSMACHT
waarde gestelde misdrijven zich zouden hebben afgespeeld. Ook ten aanzien van het tijdstip of de pleegperiode is de informatie ieder geval vaag te noemen.
De bespreking van het middel
voor zover mogelijkdient het verzoek tot uitlevering een plaatsbepaling te bevatten.
association-in-fact enterprise. [5] Bewezen, aldus de Affidavit, moet worden dat de “onderneming” enig minimaal effect heeft gehad op handel tussen staten in de VS of tussen de VS en een ander land, bijvoorbeeld door het gebruik van (buitenlandse) communicatieapparaten. Van samenzwering is sprake wanneer wordt ingestemd met het uitvoeren van of anderszins deelnemen aan de (criminele) zaken van Anom. Een daadwerkelijke strafbare gedraging van de deelnemer zelf is niet vereist. [6]
buitenhet grondgebied van de VS zijn begaan, in welk geval art. 9, tweede lid, aanhef en onderdeel e, Uitleveringsverdrag bepaalt dat bij het verzoek tot uitlevering “de wetsbepalingen houdende toekenning van rechtsmacht” dienen te worden gevoegd. Volgens de stellers van het middel heeft de rechtbank dit verweer in haar uitspraak onvoldoende begrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd weerlegd.
geheel(volledig) buiten het grondgebied van de verzoekende staat is gepleegd. Is het feit waarvoor de uitlevering is verzocht
medebegaan op het grondgebied van de verzoekende staat, dan speelt deze nadere voorwaarde niet. Niet van belang daarbij is of de opgeëiste persoon zich ten tijde van het begaan van de feiten op het grondgebied van de verzoekende staat bevond. [8]
medezijn begaan op het grondgebied van de verzoekende Staat, dat wil zeggen de VS.
geheelbuiten het grondgebied van de VS zijn gepleegd, ik de stellers van het middel niet in hun klacht kan volgen dat de wettelijke bepalingen waaruit de rechtsmacht van de VS voortvloeit ontbreken. Bij de Affidavit zijn verschillende
Exhibitsgevoegd. Exhibit A betreft een overzicht van de relevante wettelijke bepalingen op grond waarvan, aldus de Affidavit, een
grand juryheeft besloten dat kan worden overgegaan tot strafrechtelijke vervolging van de opgeëiste persoon. Daarin wordt onder meer melding gemaakt van schending van sectie 21 U.S.C. § 959 die, zo luidt paragraaf d, “is intended to reach acts of manufacture or distribution committed outside the territorial jurisdiction of the United States”. Daaruit kan de rechtsmacht van de VS worden afgeleid ten aanzien van de feiten voor zover deze buiten het grondgebied van de VS zijn begaan. Een verder oordeel daaromtrent valt, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, in beginsel buiten de grenzen van het marginale toetsingskader van de uitleveringsrechter.
Slotsom