ECLI:NL:HR:2002:AE2370
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele geldvordering tegen Tara Engineering B.V.
Tara Engineering B.V. heeft verweerster gedagvaard en gevorderd om een bedrag van ƒ 932.166,-- te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 oktober 1994. De Rechtbank Utrecht wees de vordering bij vonnis van 13 januari 1999 af. Tara stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank op 10 augustus 2000 bekrachtigde.
Tegen het arrest van het Hof stelde Tara beroep in cassatie in. Verweerster was niet verschenen en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde Tara in de kosten van het cassatiegeding, begroot op nihil aan de zijde van verweerster. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2002.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Tara Engineering B.V. wordt verworpen en de kosten van het cassatiegeding worden aan haar opgelegd.