ECLI:NL:HR:2002:AE3389
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beslaglegging en preferentie bij piramidespelvordering versus belastingvordering
De Vereniging tegen Piramidespelen had executoriaal beslag gelegd op de woning van een betrokkene die als marketingmanager betrokken was bij een piramidespel. De belastingdienst (de Ontvanger) vorderde opheffing van dit beslag omdat alle beslagleggers bereid waren het beslag op te heffen om een onderhandse verkoop mogelijk te maken, wat een hogere opbrengst voor de schuldeisers zou opleveren.
De Vereniging stelde dat de belastingheffing onrechtmatig was omdat de inkomsten van de betrokkene uit het piramidespel aan de slachtoffers moesten worden gerestitueerd. De rechtbank wees de vordering van de Ontvanger toe en de Vereniging stelde beroep in bij het hof, dat het vonnis bekrachtigde.
De Hoge Raad oordeelde dat de preferentie van de belastingdienst op grond van de Invorderingswet 1990 en het preferentiesysteem in het Burgerlijk Wetboek niet doorbroken kan worden door civiele vorderingen uit onrechtmatige daad, zoals die van de Vereniging. Ook was er sprake van misbruik van recht door de Vereniging om het beslag niet op te heffen, gezien het belang van de Ontvanger en de betrokkene bij een hogere opbrengst.
Het beroep van de Vereniging werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Vereniging wordt verworpen en het beslag van de Vereniging wordt opgeheven wegens misbruik van recht.