Conclusie
1.Feiten en procesverloop
na aftrek van omslag/kostenen heeft, in zoverre opnieuw rechtdoende, de curator veroordeeld tot betaling aan Rabobank van alle door de curator in weerwil van het pandrecht van Rabobank geïncasseerde bedragen, met bekrachtiging van het vonnis voor het overige.
“(...) De rechtbank zal wel toewijzen de onder IV gevorderde veroordeling van de curator, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot (door)betaling aan de Rabobank van alle door de curator in weerwil van het pandrecht van de Rabobank geïncasseerde bedragen, zij het na aftrek van omslag/kosten. Voor zover de Rabobank vordert dat deze afdracht zonder enige aftrek van kosten/omslag zal geschieden, wordt deze vordering afgewezen. Uit HR 30 oktober 2009, RvdW 2009, 1271 (Hamm q.q/ABN AMRO, 4.3.3.) volgt dat de Rabobank dient mee te dragen in de (omslag)kosten van het faillissement. Uit datzelfde arrest (r.o. 4.2.2.) volgt voorts dat de curator gerechtigd is om van de pandhouder te verlangen dat hij de boedel de kosten vergoedt die de curator in redelijkheid heeft gemaakt voor het verschaffen van de gegevens of het verlenen van inzage in de administratie. Aangezien de onderhavige verpande vorderingen pas (achteraf) konden worden gespecificeerd in opdracht van de curator aan de hand van de administratie van Rapsody zijn eventuele kosten die daarmee redelijkerwijs verband houden, naar het oordeel van de rechtbank verschuldigd geworden door de Rabobank.”
buiten deze (handels)debiteuren" onderzoek kan doen in de administratie. Het feit dat de curator zich later op het standpunt stelde "
niets had de bank eraan in de weg gestaan om reeds toen inzage in de administratie van de failliet te nemen ook m.b.t. de projectadministratie e.d." (onder meer CvA noot 17) is in dit verband van onwaarde, nu de curator daarvoor had aangegeven dat daarbuiten zouden worden gehouden de na faillissementsdatum gefactureerde werkzaamheden. Dit betekent dat de curator heeft geweigerd, hoewel daartoe verplicht, de benodigde gegevens te verstrekken. De curator is vervolgens actief de verpande vorderingen gaan incasseren. Daarmee is de nagenoeg exclusieve bevoegdheid van de pandhouder doorkruist om in geval van faillissement van de pandgever: alsof dit er niet was (art. 57 Fw Pro) - voldoening van de verpande vorderingen te eisen en betalingen in ontvangst te nemen. Dit handelen van de curator jegens de pandhouder dient als onrechtmatig te worden beschouwd.
2.Beoordeling van het cassatieberoep
allereerst de kosten van vereffening en executie dienen te worden betaald en in zoverre Rabobank in ieder geval het salaris en de verschotten van de curator dient voor te laten gaan(s.t., nr. 13)
.
arrest De Ranitz q.q./Ontvanger(HR 28 september 1990, NJ 1991, 305) een
uitzonderingmoet worden gemaakt
voor zover het gaat om de verdeling van de opbrengst van de door de curator onrechtmatig geïnde vorderingenwaarop het pandrecht van Rabobank rustte (vgl. s.t., nr. 43)
.Het andersluidende oordeel van het hof heeft tot gevolg dat het onrechtmatig handelen van de curator wordt beloond in de zin dat zijn salaris en verschotten betaald worden uit de opbrengst van de onrechtmatig geïnde vorderingen, terwijl die opbrengst bij gebreke van onrechtmatig handelen door de curator niet (of hoogstens bij wijze van surplus na verhaal door de pandhouder) ter dekking van zijn salaris en verschotten beschikbaar zou zijn geweest. Dit geldt a fortiori voor zover het gaat om het salaris en de verschotten van de curator die zijn gemoeid met het voeren van de onderhavige procedure, waaronder het voeren van het door het hof terecht verworpen standpunt dat Rabobank geen pandrecht zou hebben op de litigieuze vorderingen. Door dit een en ander te miskennen heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, aldus het onderdeel.
onderdeel 2heeft Rabobank als (voormalig) zekerheidsgerechtigde een
goederenrechtelijk geaarde ('separatistische') aanspraakop de opbrengst van de verpande vorderingen. [14] Wanneer sprake is van een dusdanig negatieve boedel dat het salaris en de verschotten van de curator niet uit het overige boedelactief kunnen worden voldaan, behoort de curator vanwege deze goederenrechtelijk geaarde aanspraak van Rabobank de opbrengst van de verpande vordering
geheelaf te dragen aan Rabobank zonder op die opbrengst vooraf zijn salaris en verschotten in mindering te brengen (vgl. s.t., nr. 43). Door dit een en ander te miskennen zou het hof hebben blijkgegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
inhoudingzou tot onrechtmatig veroorzaakte
schadevan Rabobank leiden. Om deze reden moet de curator inhouding van zijn salaris en verschotten achterwege laten voor zover het gaat om het uitbetalen van de opbrengst van de onrechtmatig geïnde vorderingen. De curator moet op grond van art. 3:296 BW Pro veroordeeld worden om de opbrengst van de onrechtmatige geïnde vorderingen zonder aftrek van zijn salaris en verschotten aan Rabobank af te dragen, teneinde te voorkomen dat de onrechtmatige daad van de curator tot schade bij Rabobank leidt. In ieder geval dient de curator de (toekomstige) schade van Rabobank op grond van art. 6:103 BW Pro in natura te vergoeden door af te zien van het vooraf inhouden van zijn salaris en verschotten op de opbrengst van de onrechtmatige geïnde vorderingen (vgl. s.t., nr. 43). Door dit een en ander te miskennen heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, aldus het middel.
onderdeel 4zou de boedel door het onrechtmatig handelen van de curator ongerechtvaardigd worden verrijkt indien de curator het recht zou hebben, zoals het hof ten onrechte heeft geoordeeld, om zijn salaris en verschotten te voldoen uit de opbrengst van de verpande vorderingen en vervolgens tot de conclusie te komen dat de boedel leeg is, zodat Rabobank als crediteur van een boedelvordering met de aan haar pandrecht verbonden voorrang (geheel of gedeeltelijk) onbetaald blijft. Deze
ongerechtvaardigde verrijkingbehoort te worden
voorkomendan wel
ongedaan gemaakt, doordat de curator het recht wordt ontzegd zijn salaris en verschotten vooraf uit die opbrengst te voldoen (vgl. s.t., nr. 43). Door dit te miskennen heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaaris dat in het onderhavige geval
de regel uit het arrest De Ranitz q.q./Ontvanger toegepastzou moeten worden voor zover het gaat om de verdeling van de opbrengst van de door de curator onrechtmatig geïnde vorderingen waarop het pandrecht van Rabobank rustte (vgl. s.t., nr. 43). Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid immers onaanvaardbaar dat de curator voordeel zou hebben van het onrechtmatig innen van deze vorderingen, doordat de opbrengst van deze vorderingen wordt gebruikt om zijn salaris en verschotten te voldoen. Daardoor zou de curator voor zijn onrechtmatig gedrag worden beloond. Dit geldt a fortiori voor zover het gaat om het salaris en de verschotten van de curator die zijn gemoeid met het voeren van de onderhavige procedure, waaronder het voeren van het door het hof terecht verworpen standpunt dat Rabobank geen pandrecht zou hebben op de litigieuze vorderingen. Ook dit zou het hof hebben miskend.
onbegrijpelijkalthans
ontoereikend gemotiveerdis (vgl. s.t., nr. 43). Uit het thans meest recente voorlopig financieel eindverslag d.d. 4 september 2014 blijkt dat het totaal van de onrechtmatig geïnde vorderingen EUR 33.368,66 bedraagt, dat het totaal van de baten EUR 53.083,87 bedraagt en dat het voorschot salaris curator EUR 50.300,87 bedraagt. Deze toestand van de boedel betekent dat ’s hofs oordeel dat uit de opbrengst van de onrechtmatig geïnde vorderingen waarop het pandrecht van Rabobank rustte, eerst het salaris en de verschotten van de curator moeten worden voldaan, tot gevolg heeft dat het salaris van de curator grotendeels (namelijk voor meer dan 62%) wordt voldaan uit de opbrengst van de door de curator onrechtmatig geïnde vorderingen. Het gevolg van ’s hofs oordeel zal zelfs zijn dat het salaris en de verschotten van de curator die gemoeid zijn met het voeren van de onderhavige procedure, waaronder het voeren van het door het hof terecht verworpen standpunt dat Rabobank geen pandrecht zou hebben op de litigieuze vorderingen, uit de opbrengst van de onrechtmatig geïnde vorderingen ten koste van Rabobank zal worden voldaan. In het licht van deze feiten en omstandigheden, die uit de processtukken c.q. de openbare faillissementsverslagen blijken, is onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd 's hofs oordeel dat Rabobank het salaris en de verschotten van de curator voor moet laten gaan.
Er bestaat geen grond de curator verplicht te achten zo spoedig mogelijk uit de beschikbare middelen van de boedel een bedrag te voldoen gelijk aan dat wat ten onrechte door de boedel is ontvangen. Een zodanige verplichting is wel aangenomen voor het geval dat per vergissing aan de boedel door derden betalingen zijn gedaan, zoals in HR 5 september 1997, nr. 16400, LJN ZC2419, NJ 1998, 437 (Ontvanger/Hamm) en laatstelijk in HR 8 juni 2007, nr. C05/329, LJN AZ4569, NJ 2007, 419 […]/BLG Hypotheekbank). Maar van situaties waarop die rechtspraak het oog heeft, is in het onderhavige geval geen sprake.
onderdelen 1, 3, 4 en 5falen.
onderdeel 2bedoelde separatistische aanspraak voor de pandhouder op het geïnde vindt geen grondslag in het recht. Uitgangspunt is immers dat het geïnde onbelast in de boedel valt. [45] Op grond van art. 3:246 lid 5 BW Pro komt het pandrecht slechts op het geïnde te rusten bij inning door de (openbaar) pandhouder of met machtiging door de kantonrechter door de pandgever. Uit het arrest Hamm q.q./ABN Amro volgt dat de pandhouder bij onrechtmatige inning door de curator slechts een (concurrente en een preferente) boedelvordering heeft en dus geen separatistische aanspraak op het geïnde. [46]