ECLI:NL:HR:2002:AE4162
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen veroordeling voor opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, wegens het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op het rapport van het Gerechtelijk Laboratorium dat in de onderzochte 'XTC'-pillen geen niet-strafbare verbinding MBDB had aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat niet uitgesloten kon worden dat de verhandelde pillen MBDB bevatten en dat verdachte daarom vrijgesproken moest worden. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het niet aannemelijk was dat de pillen MBDB bevatten, mede gelet op het ontbreken van klachten van afnemers en de lange periode van verkoop.
In cassatie stelde de verdediging onder meer dat het hof de bewijsoverweging in het verkorte arrest niet had mogen verbeteren en aanvullen in de aanvulling daarop. De Hoge Raad oordeelde dat dit op grond van artikel 365a Sv en eerdere jurisprudentie wel is toegestaan en verwierp het middel. De overige middelen faalden eveneens.
De Hoge Raad concludeerde dat geen reden bestond om de bestreden uitspraak te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. De veroordeling blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk, blijft in stand.