ECLI:NL:HR:2002:AE4359
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en subrogatie bij diefstal van CMR-goederen tijdens internationaal vervoer
In deze zaak vordert AIG Europe schadevergoeding van [eiser] wegens diefstal van goederen tijdens internationaal vervoer onder de CMR-overeenkomst. De vrachtwagen met lading werd gestolen, waarna een deel van de goederen later in gedeelten werd teruggevonden en afgeleverd, maar een deel niet.
De Rechtbank wees de vordering af wegens toepassing van verjaringstermijnen en het ontbreken van legitimatie van AIG. Het Hof Den Haag oordeelde dat de schade aan de goederen niet als vertragingsschade kon worden aangemerkt en dat AIG gerechtigd was tot de vordering vanwege subrogatie in rechten van Rucanor B.V. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door schade door diefstal niet als vertragingsschade te erkennen en vernietigt het arrest.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende heeft beslist over de subrogatie en de legitimatie van AIG en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad veroordeelt AIG in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.