ECLI:NL:HR:2002:AE5804
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongeoorloofde terughouding kinderen in internationaal ontvoeringsgeschil
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de terugkeer van hun kinderen naar Canada, het gewone verblijfplaatsland. De Centrale Autoriteit en de vader verzochten de rechtbank om de terugkeer van de kinderen te gelasten en de moeder te verplichten de kosten te dragen. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek toe en stelden dat de weigering van de moeder om de kinderen terug te laten keren ongeoorloofd was.
De moeder stelde in cassatie onder meer dat het hof onjuist had geoordeeld over de bewijslastverdeling en de beoordeling van instemming van de vader met het niet terugkeren van de kinderen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had aangenomen dat de moeder moest bewijzen dat de vader instemde met het niet terugkeren, en dat het hof dit op juiste wijze had beoordeeld.
Verder verwierp de Hoge Raad klachten over de motivering van het hof met betrekking tot de weigeringsgronden en de kostenverdeling. Ook het oordeel over het ontbreken van verzet van de zoon werd als feitelijk en niet onbegrijpelijk bestempeld. Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen, waarmee de eerdere beslissingen in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de terughouding van de kinderen door de moeder ongeoorloofd was.