ECLI:NL:HR:2002:AE7010
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij paardrijongeval tijdens georganiseerde rit in Amsterdamse Bos
Op 22 juni 1990 is eiseres tijdens een door Nieuw Amstelland georganiseerde paardrijrit in het Amsterdamse Bos van een paard gevallen en gewond geraakt. Eiseres vordert volledige aansprakelijkheid van Nieuw Amstelland voor de geleden en nog te lijden schade.
De Rechtbank Amsterdam wees de vordering toe op grond van artikel 1404 oud Pro BW. Het Hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat eiseres zich bewust had blootgesteld aan het risico van vallen en dat de aansprakelijkheid van de manegehouder op grond van de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 lid 1 BW Pro geheel verviel.
De Hoge Raad oordeelt dat het enkele feit dat eiseres vrijwillig het paard berijdt en met toestemming van de eigenaar handelt, niet zonder meer tot volledige verval van de aansprakelijkheid leidt. De Hoge Raad wijst erop dat de inhoud van de overeenkomst en de overige omstandigheden van belang zijn om te bepalen in hoeverre de schade voor rekening van eiseres moet blijven.
Het Hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de aansprakelijkheid van Nieuw Amstelland volledig zou zijn vervallen zonder nadere vaststelling van de overeenkomst of omstandigheden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt Nieuw Amstelland tevens in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling wegens onvoldoende motivering over de aansprakelijkheid.