ECLI:NL:HR:2002:AE7011
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur bij optieovereenkomst zonder raad van commissarissen toestemming
In deze zaak vordert verweerster vergoeding van schade wegens het door eiser verleende optie op aandelen Xeikon zonder toestemming van de raad van commissarissen, wat volgens verweerster onbehoorlijk bestuur oplevert. Eiser was statutair directeur van verweerster en sloot namens haar een optieovereenkomst met ISTD zonder de vereiste goedkeuring van de raad van commissarissen, terwijl de statuten dit verplichten bij ingrijpende vermindering van deelnemingen.
De rechtbank oordeelde dat geen toestemming nodig was, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde eiser tot betaling van schadevergoeding wegens onbehoorlijk bestuur. Het hof stelde vast dat het ontbreken van toestemming een ernstig verwijt oplevert en dat de omvang van de schade bestaat uit het verschil tussen de optieprijs en de hogere verkoopprijs aan derden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof onvoldoende rekening hield met door eiser aangevoerde omstandigheden die het verwijt konden verminderen, zoals het patroon van vergelijkbare transacties zonder toestemming en de houding van de raad van commissarissen. De zaak wordt verwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de aansprakelijkheid en schade.
De Hoge Raad bevestigt dat het niet naleven van statutaire goedkeuringsvereisten zwaarwegend is, maar dat alle relevante omstandigheden moeten worden meegewogen bij de beoordeling van ernstig verwijt. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij bestuurdersaansprakelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling.