ECLI:NL:HR:2002:AE7352

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/074HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele schadevordering

Eisers hebben bij de Rechtbank Utrecht een schadevergoeding gevorderd van verweerders, welke vordering werd afgewezen. Tegen dit vonnis stelde eisers hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de Rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelden eisers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet van dien aard dat zij beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eisers veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweerders nihil werden begroot. Het arrest is gewezen door de raadsheren Fleers, Pos en Hammerstein en in het openbaar uitgesproken door Hammerstein op 1 november 2002.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

1 november 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/074HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats],
2. TERRA SICCA B.V., gevestigd te Baarn,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. B. Winters,
t e g e n
1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3], wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploit van 11 augustus 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerders] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. [verweerder 2] of [verweerder 4] dan wel [verweerder 2] en [verweerder 4] hoofdelijk te veroordelen tot het betalen aan [eiser] c.s. van de door hen geleden c.q. te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 1997;
b. althans een zodanige beslissing te nemen als de Rechtbank in goede justitie meent te behoren.
[Verweerders] hebben de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 4 augustus 1999 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 16 november 2000 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
[Eiser] c.s. hebben de zaak doen toelichten door hun advocaat en mr. S. Simonetti, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 20 september 2002 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 november 2002.