ECLI:NL:GHAMS:2011:BR1222
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.A. Boersma
- A.P.M. van Rijn
- J.P. Kruimel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid heffingsambtenaar tot oplegging navorderingsaanslagen na foutieve WOZ-objectafbakening
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of de heffingsambtenaar bevoegd is navorderingsaanslagen onroerende-zaakbelastingen op te leggen na vernietiging van eerdere foutieve WOZ-waardebeschikkingen. Belanghebbende betoogt dat de oorspronkelijke beschikkingen en aanslagen nog rechtskracht hebben, waardoor navordering niet mogelijk zou zijn.
Het geschil betreft waardebeschikkingen van 11 december 2005 voor 27 onroerende zaken in aanbouw, die later wegens foutieve objectafbakening zijn vernietigd. Nieuwe waardebeschikkingen zijn binnen een redelijke termijn gegeven, waarna navorderingsaanslagen zijn opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak.
Het hof volgt de uitleg van artikel 18a AWR zoals door de Hoge Raad in het Schipholarrest gegeven, dat navordering op basis van een nieuwe juiste WOZ-beschikking mogelijk is, ook als de oorspronkelijke aanslagen buiten de reguliere termijnen zijn opgelegd en er geen nieuw feit is. De memorie van toelichting en jurisprudentie ondersteunen dat artikel 18a AWR ook geldt voor beschikkingen op grond van artikel 25 Wet Pro WOZ.
De vermindering tot nihil van de eerdere aanslagen wordt gelijkgesteld aan vernietiging, waardoor de heffingsambtenaar bevoegd is nieuwe aanslagen op te leggen. Het hof ziet geen reden om af te wijken van deze lijn en wijst het hoger beroep af. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd en de heffingsambtenaar bevoegd was tot navordering na vernietiging van de oorspronkelijke waardebeschikkingen.