ECLI:NL:HR:2002:AE8155
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering personeelsreizen en naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over de jaren 1993 tot en met 1997. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar zowel belanghebbende als de Staatssecretaris stelden cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
Het Hof had geoordeeld dat de reizen van de partners van directieleden moesten worden gewaardeerd naar de waarde in het economische verkeer, omdat er geen zakelijk belang was en de partners vrijwillig meereisden. Dit oordeel is feitelijk en kan in cassatie niet worden getoetst. Ook oordeelde het Hof terecht dat artikel 11 van Pro de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 niet van toepassing was op geheel verzorgde vakantiereizen.
De Hoge Raad verwierp de middelen van de Staatssecretaris die stelden dat het Hof onjuist had om vervoerskosten en drempelbedragen in mindering te brengen. De waardering van personeelsreizen werd bevestigd. De Hoge Raad veroordeelde de Staat in de proceskosten van belanghebbendes cassatieberoep en wees de Staat als rechtspersoon aan voor betaling.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 27 september 2002, waarmee het Hofarrest werd bekrachtigd en de naheffingsaanslag en waardering van reizen werden bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt de waardering van personeelsreizen en naheffingsaanslag.