ECLI:NL:HR:2002:AE8927
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk en verenigd geweld tegen politievoertuig en politieambtenaren
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens het op 17 februari 2000 in Tilburg openlijk en met verenigde krachten plegen van geweld tegen politieambtenaren en een politievoertuig. Dit geweld bestond uit het gooien van stenen naar het politievoertuig en het dreigend toelopen met stenen in de hand.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat het vasthouden en maken van een achterwaartse beweging met stenen niet als geweld in de zin van art. 141 Sr Pro kon worden aangemerkt, en dat dit hoogstens een poging tot mishandeling zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof terecht had geoordeeld dat het gedrag van de verdachte, waaronder het dreigend toelopen met stenen en het maken van een beweging met een steen, onder het begrip geweld viel zoals bedoeld in art. 141 Sr Pro.
Het cassatieberoep faalde omdat het middel dat een onjuiste uitleg van het begrip geweld aanvoerde, niet slaagde. Ook het verzuim van het Hof om uitdrukkelijk op het verweer te beslissen, leidde niet tot cassatie. De Hoge Raad bevestigde daarmee de straf van twee weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van ƒ 750,--, subsidiair vijftien dagen hechtenis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor openlijk en met verenigde krachten geweld plegen tegen politieambtenaren en een politievoertuig.