Conclusie
1. Een proces-verbaal vanaangifted.d. 19 februari 2021, (…) voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :
Een proces-verbaal vanverhoor getuige, d.d. 8 april 2021, (…) voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] :
Een proces-verbaal vanverhoor getuige, d.d. 13 april 2021, (…) voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 2] :
Een proces-verbaal vanbevindingen met bijgevoegde factuur, d.d. 28 april 2021, (…) voor zover inhoudende als bevinding van [verbalisant 4] :
(Het hof begrijpt: twee dagen na het incident op 17 februari 2021).
Standpunt van de verdediging
‘door zijn lange en smalle gedaante doet hij met zijn bovenlichaam iets waar zijn onderlichaam niet mee correspondeert. Hij loopt met zijn benen wat uit elkaar'.
"Toen de jongere man tot stilstand kwam, zag ik dat hij zijn rechter voet haaks naast zijn andere voet en maakte zich wederom zo breed mogelijk."Aan de hand van het loopje én die houding herkent deze getuige de persoon als [betrokkene 1]. [betrokkene 1] woonde bij de getuige in de buurt. De getuige heeft vervolgens aan andere buurtgenoten gevraagd of zij de persoon ook als [betrokkene 1] herkende, dat was het geval. De persoon op de video is dus gezien de verklaring door
drie bij naam bekende personenherkend. Deze drie personen zagen hem bijna dagelijks en toch is deze persoon niet door het Openbaar Ministerie onderzocht. Evenmin zijn de andere getuigen nader bevraagd.
3.Conclusie
4.Strafmaat
Omtrent de aan de mate van motivering te stellen eisen komt onder meer betekenis toe aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten. De motiveringsplicht gaat voorts niet zo ver dat bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan. (Vgl. HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130.)’