ECLI:NL:HR:2002:AF0224
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens schending hoor en wederhoor
De Officier van Justitie diende op 12 juni 2002 een verzoek in bij de Rechtbank Rotterdam voor een voorlopige machtiging tot opname van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis. De Rechtbank verleende deze machtiging op 4 juli 2002 voor een periode tot uiterlijk 4 januari 2003. Verzoeker stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking.
Tijdens de zitting op 4 juli 2002 werd verzoeker, in het bijzijn van zijn raadsman en behandelend arts, gehoord. Uit het proces-verbaal blijkt echter niet dat de raadsman het woord heeft gevoerd of daarvan heeft afgezien. De behandeling werd verstoord doordat verzoeker de arts meerdere keren sloeg, waarna hij werd overgeplaatst naar een andere afdeling.
De Hoge Raad oordeelt dat het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor is geschonden doordat de raadsman niet de gelegenheid kreeg het woord te voeren. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking van de Rechtbank Rotterdam en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens schending van het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug naar de Rechtbank.