Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
ten eerstede klacht dat de rechtbank, na het verzoek van de officier van justitie buiten aanwezigheid van betrokkene en zijn advocaat te hebben behandeld en bij derden inlichtingen te hebben ingewonnen, aan betrokkene en zijn advocaat geen gelegenheid heeft geboden om hun zienswijze kenbaar te maken. Uit art. 6:1, leden 1, 7 en 8, Wvggz volgt dat de rechter aan betrokkene en zijn advocaat gelegenheid moet bieden om hun zienswijze kenbaar te maken over het verzoek zelf en naar aanleiding van de door de rechter ingewonnen inlichtingen. In deze zaak heeft de rechtbank die gelegenheid niet geboden: zij heeft niet de advocaat, maar alleen betrokkene zelf gehoord, slechts over het verzoek van de officier van justitie. De toelichting in het cassatierekest onder 1.2 verwijst naar het (hiervoor reeds geciteerde) proces-verbaal van de zitting. Voor zover de rechtbank – gelet op de gang van zaken ter zitting – van oordeel is dat zij dit voorschrift op de juiste wijze heeft toegepast, geeft dat oordeel volgens de klacht blijk van een onjuiste rechtsopvatting, althans had de rechtbank dat oordeel nader moeten motiveren.
ten tweedede klacht dat de rechtbank (de reikwijdte van) het recht op rechtsbijstand heeft miskend. Deze algemene klacht is nader uitgewerkt in twee delen, te weten:
ofzijn raadsman in de gelegenheid wordt gesteld om zijn zijnswijze kenbaar te maken. Aan de redactionele wijziging (van “of” naar “en”) behoeft mijns inziens geen zwaarwegende betekenis te worden toegekend. Als het gaat om het reageren op bepaalde bescheiden of inlichtingen, kan de advocaat optreden als woordvoerder namens de patiënt of als procesbewaker. De patiënt kan ervoor kiezen zijn zienswijze naar voren te laten brengen door zijn advocaat. Zo nodig kan de advocaat zelf naar voren brengen wat hij of zij ter behartiging van de zaak van de cliënt dienstig acht. [11] Omgekeerd kan ook de rechter zich tot de advocaat richten bij het bieden van gelegenheid voor een reactie. [12]
last minute’gedane uitstelverzoeken dikwijls problemen op: enerzijds vanwege de bij de strafzaak betrokken belangen van anderen (zoals slachtoffers, beschikbaarheid van getuigen e.d.), anderzijds vanwege het openbaar belang van een voortvarende criminaliteitsbestrijding, het transport van gedetineerden en benutting van schaarse (personele en ruimtelijke) zittingscapaciteit. [18] In de strafrechtspraak heeft de Hoge Raad normen ontwikkeld voor de behandeling van aanhoudingsverzoeken. Collega Spronken heeft deze bondig samengevat. [19] Ik citeer uit haar conclusie:
Megyeri/Duitsland geldt dit recht ook voor een persoon die onvrijwillig is opgenomen in een psychiatrische inrichting. [25] In de rechtspraak vóór de Wet Bopz werd een recht op rechtsbijstand al afgeleid uit het stelsel van de Krankzinnigenwet, de eisen van een goede procesorde en/of het arrest van het EHRM inzake Winterwerp/Nederland. [26] Van het recht om tijdens de zitting te worden bijgestaan door een advocaat kan − in beginsel − afstand worden gedaan (zgn. ‘
waiver’). Afstand van een in het EVRM beschermd recht moet uit vrije wil en ondubbelzinnig zijn gedaan en met minimumgaranties zijn omgeven die in verhouding staan tot het belang van het recht dat wordt prijsgegeven. [27]
ambtshalveacht had behoren te slaan op het belang dat betrokkene zich ter zitting kon laten bijstaan door een advocaat en daarom niet tot afdoening van de zaak had mogen overgaan. [31] De klacht onder (b) is gericht tegen het resultaat van de afweging die de rechtbank heeft gemaakt.
volgens het proces-verbaalmede erop is gebaseerd dat de rechter het niet verantwoord achtte zes medewerkers van de instelling, waaronder de beide afdelingsartsen, langer dan een uur beschikbaar te houden, klaagt het middel aan het slot dat dit argument niet mag meetellen omdat de redengeving in de beschikking zelf behoort te staan. Die klacht kan onbesproken blijven. In de beschikking (blz. 1 onderaan) heeft de rechtbank immers redengevend geacht dat de (waarnemend) advocaat, desgevraagd, niet kon aangeven op welk tijdstip zij wel ter zitting aanwezig zou kunnen zijn en dat zij ook niet kon zorgdragen voor een vervanger. Deze redengeving, in de beschikking zelf, kan naar mijn mening de beslissing dragen dat de rechtbank na een uur overging tot het horen van betrokkene buiten aanwezigheid van een advocaat. Zij behoeft geen nadere uitwerking om voor de lezer begrijpelijk te zijn.