ECLI:NL:HR:2002:AF2257
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toerekening aandelenbezit aan vaste inrichting in dividendbelastingzaak
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd omdat zij geen dividendbelasting had ingehouden over een dividenduitkering aan haar tussenhoudster, een Engelse vennootschap met een vaste inrichting in Nederland. De Inspecteur stelde dat de aandelen niet tot het vermogen van de vaste inrichting behoorden. Het hof vernietigde de aanslag en rekende het aandelenbezit toe aan de vaste inrichting.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het aandelenbezit aan de vaste inrichting moet worden toegerekend. Het hof ging ten onrechte voorbij aan de vraag of de in de vaste inrichting werkzame personen zelfstandig de bevoegdheden verbonden aan de aandelen uitoefenden. Zonder nadere motivering kan het oordeel van het hof niet worden gehandhaafd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor een volledige herbeoordeling. De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en laat de vergoeding van kosten aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor hernieuwd onderzoek naar het gerechtshof Arnhem.