ECLI:NL:HR:2008:BD1501
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over naheffingsaanslag dividendbelasting wegens strijd met EU-recht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd die na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde deze aanslag, maar deze uitspraak werd door de Hoge Raad vernietigd en verwezen naar het Hof Arnhem. Dit Hof verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof Arnhem onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd met betrekking tot artikel 43 EG Pro (voorheen artikel 52 EG Pro). Het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak Amurta maakte duidelijk dat een nationale regeling die niet-ingezeten moedermaatschappijen belast maar ingezeten moedermaatschappijen vrijstelt, een verboden discriminatie inhoudt.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof Arnhem ten onrechte oordeelde dat er geen strijd was met artikel 43 EG Pro, omdat het niet had vastgesteld of de tussenhoudster de mogelijkheid tot verrekening van dividendbelasting op grond van het belastingverdrag Nederland-Verenigd Koninkrijk kon toepassen. Daarom werd het arrest van het Hof vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar deze verrekeningsmogelijkheid.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten en bepaalde dat de Staat de kosten van de rechtsbijstand van belanghebbende moet vergoeden. Het arrest werd op 8 augustus 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar verrekening van dividendbelasting op grond van het belastingverdrag.