ECLI:NL:GHARN:2004:AO5119
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. den Ouden
- mr. Lamens
- mr. Ettema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van dividendbelasting naheffing bij uitkering aan tussenhoudster en vaste inrichting
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap binnen het [X/a]-concern, betwistte een naheffingsaanslag dividendbelasting opgelegd door de Inspecteur over een dividenduitkering aan de tussenhoudster, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap met een vaste inrichting in Nederland.
De kern van het geschil was of de aandelen in belanghebbende tot het vermogen van de vaste inrichting van de tussenhoudster behoren, waardoor inhouding van dividendbelasting achterwege kan blijven volgens artikel 4, tweede lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965. Belanghebbende stelde dat de aandelen dienstbaar waren aan de vaste inrichting, mede omdat de manager van de vaste inrichting de aan de aandelen verbonden bevoegdheden zelfstandig uitoefende.
Het Hof volgde de Inspecteur en oordeelde dat noch de manager noch enig ander in de vaste inrichting werkzame persoon zelfstandig de aandelenbevoegdheden uitoefende. Het aandelenpakket kon derhalve niet worden toegerekend aan de vaste inrichting. Daarnaast werd geoordeeld dat de naheffing niet in strijd is met het recht op vrijheid van vestiging zoals neergelegd in artikel 43 EG Pro-verdrag, omdat in vergelijkbare situaties ook dividendbelasting wordt geheven.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag dividendbelasting bevestigd.