ECLI:NL:PHR:2012:BQ8891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over uitleg ambtsdelict en bewijsvoering bij verduistering door bewaarder
In deze zaak was de verdachte, werkzaam als bewaarder bij het detentiecentrum Schiphol-Oost, veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, wegens het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en het verduisteren van bewijsmiddelen die hij in zijn ambtelijke bediening onder zich had.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring van de twee feiten innerlijk tegenstrijdig was, omdat feit 2 zou impliceren dat hij de slikkersbollen rechtmatig onder zich had, terwijl feit 1 zou wijzen op onrechtmatig bezit. De Hoge Raad verwierp deze stelling en verduidelijkte dat de term 'in zijn bediening' in art. 361 Sr Pro niet vereist dat het bezit rechtmatig is; het ambt stelt de ambtenaar slechts in staat tot de gedragingen.
Ook werd geoordeeld dat art. 44 Sr Pro niet vereist dat het gebruik van de ambtelijke bevoegdheid onrechtmatig moet zijn om strafbaar te zijn, en dat de bewijsmiddelen voldoende waren om de bewezenverklaring te dragen. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de strafoplegging door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.