ECLI:NL:HR:2003:AF0732
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs schadelijkheid 4-MTA pillen voor gezondheid
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd vrijgesproken van het verkopen en in de handel brengen van 4-MTA pillen waarvan hij wist dat deze schadelijk waren voor de gezondheid. Het hof baseerde zijn oordeel op diverse deskundigenrapporten en verklaringen die onvoldoende zekerheid boden over het schadelijke karakter van de specifieke pillen.
De deskundigen rapporteerden dat 4-MTA potentieel schadelijk kan zijn, met name vanwege de geringe therapeutische breedte en vertraagde werking, en dat enkele overlijdensgevallen in Nederland en Engeland mogelijk gerelateerd waren aan het gebruik van 4-MTA. Echter, de gegevens waren beperkt, inconsistent en onvoldoende om met zekerheid vast te stellen dat de pillen schadelijk zijn in de zin van de strafbepalingen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting was uitgegaan en dat de vrijspraak niet was gebaseerd op een andere grondslag dan de tenlastelegging. De Advocaat-Generaal werd niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep. Hiermee bleef de vrijspraak in stand, omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat de 4-MTA pillen schadelijk waren voor het leven of de gezondheid zoals vereist door art. 174 en Pro 175 Sr.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat 4-MTA pillen schadelijk zijn voor het leven of de gezondheid.