ECLI:NL:HR:2003:AF1264
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geldboetes wegens overtreding Leerplichtwet 1969 na cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank Assen waarin verdachte werd veroordeeld voor meervoudige overtreding van artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969. Het betrof het niet zorgen voor inschrijving en geregeld schoolbezoek van minderjarigen onder zijn gezag in de periode van februari tot oktober 1999.
De verdediging voerde aan dat tijdig een vrijstelling was verzocht conform artikel 6 van Pro de Leerplichtwet, waarop de gemeente Emmen geen afwijzing had gegeven, zodat verdachte mocht vertrouwen op verlening. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het beroep op vrijstelling niet tijdig was gedaan en geen gerechtvaardigd vertrouwen bestond.
De Hoge Raad oordeelde dat de vrijstellingsgrond slechts met vrucht kan worden ingeroepen indien de kennisgeving vóór 1 juli voorafgaand aan het schooljaar is gedaan. De kennisgeving in deze zaak was weliswaar vóór 1 juli 1999, maar de overtredingen begonnen al in februari 1999, waardoor het beroep op vrijstelling faalde. Wel vernietigde de Hoge Raad het vonnis voor zover het betrekking had op een betrokkene die de leerplicht al had beëindigd en sprak verdachte daarvan vrij.
De Hoge Raad kwalificeerde het bewezenverklaarde als driemaal overtreding van artikel 2, eerste lid, Leerplichtwet 1969 en legde drie geldboetes van €113,45 op, met een voorwaardelijke hechtenis van vier dagen per boete, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken voor één betrokkene en veroordeeld tot drie geldboetes met voorwaardelijke hechtenis voor driemaal overtreding Leerplichtwet 1969.