ECLI:NL:HR:2003:AF2966

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/178HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • A.E.M. van der Putt Lauwers
  • A.G. Pos
  • D.H. Beukenhorst
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid NAM voor bedrijfsongeval uit 1977

Eiser vorderde bij de Kantonrechter te Assen een verklaring dat een ongeval van 3 augustus 1977 als bedrijfsongeval moest worden aangemerkt en dat NAM aansprakelijk was voor de schade. De Kantonrechter wees de vordering af. Eiser stelde hoger beroep in bij de Rechtbank te Assen, die het vonnis van de Kantonrechter bekrachtigde en de vordering afwees.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. NAM voerde verweer en concludeerde tot verwerping van het beroep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Hiermee bleef de eerdere afwijzing van de aansprakelijkheid van NAM voor het bedrijfsongeval en de daaruit voortvloeiende schade in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de eerdere afwijzing van de aansprakelijkheid van NAM blijft in stand.

Uitspraak

4 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/178HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V., gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 5 februari 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: NAM - gedagvaard voor de Kantonrechter te Assen en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat het auto-ongeval dat [eiser] op 3 augustus 1977 is overkomen, is aan te merken als een bedrijfsongeval dat [eiser] overkomen is tijdens zijn dienstverband met NAM;
2. te verklaren voor recht dat NAM als toenmalige formele en materiële werkgever jegens [eiser] aansprakelijk is met betrekking tot de gevolgen van het bedrijfsongeval van 3 augustus 1977;
3. NAM dientengevolge te veroordelen om aan [eiser] volledig te vergoeden de door hem geleden en nog te lijden schade, zowel de immateriële schade als de vermogensschade, waaronder ook te begrijpen de kosten ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid en de kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zulks, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 augustus 1977 dan wel vanaf de datum waarop de schade zich heeft gemanifesteerd, althans vanaf de datum van deze dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, en
4. gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure.
NAM heeft de vordering bestreden.
De Kantonrechter heeft bij vonnis van 18 oktober 1999 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Assen. Daarbij heeft bij gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a) te vernietigen voormeld vonnis van de Kantonrechter te Assen, en voorts de vorderingen van [eiser] in eerste aanleg alsnog toe te wijzen;
b) te verklaren voor recht dat NAM uit hoofde van de akte van cessie d.d. 24 oktober 1977 gehouden is om [eisers] schade voortvloeiende uit arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het ongeval d.d. 3 augustus 1977 integraal te vergoeden, dan wel gehouden is [eisers] schade integraal te verhalen op eventue1e aansprakelijke derden en aan [eiser] uit te keren;
c} te verklaren voor recht dat indien NAM de bij de akte van cessie d.d. 24 oktober 1977 overgedragen rechten niet meer kan doen gelden jegens derden en/of niet in staat is om de schade op derden te verhalen, aansprakelijk is voor alle schade die [eiser] daardoor lijdt en NAM te veroordelen tot schadevergoeding nader op te maken bij staat;
d) NAM te veroordelen in de kosten van dit geding in beide instanties.
NAM heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij vonnis van 16 januari 2001 heeft de Rechtbank in het principaal appel voormeld vonnis van de Kantonrechter waarvan beroep onder wijziging van gronden bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NAM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor NAM mede door mr. A.J. Swelheim, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NAM begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt Lauwers, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 4 april 2003.