ECLI:NL:HR:2003:AF3063
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor belastingschuld
Eisers, waaronder eiseres 1 als bestuurder van een vennootschap, werden door de Ontvanger gedagvaard wegens een belastingschuld van ƒ 251.682,-- vermeerderd met invorderingsrente. De rechtbank wees de vordering toe bij verstek, waarna eisers verzet aantekenden. De rechtbank verklaarde eiseres 1 deels goed opposant maar bevestigde haar hoofdelijk aansprakelijkheid volgens artikel 36 Invorderingswet Pro 1990.
In hoger beroep vernietigde het hof de verklaring tot goed opposant en verklaarde eiseres 1 kwaad opposant, terwijl het vonnis voor het overige werd bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen dit arrest stelde eiseres cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het arrest van het hof wordt bevestigd, waarbij eiseres 1 hoofdelijk aansprakelijk blijft voor de belastingschuld en de invorderingsrente.
De Hoge Raad veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van eiseres 1 voor de belastingschuld.