ECLI:NL:HR:2003:AF3077

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/221HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt nietigheid overeenkomst tussen gemeente en verweerder

De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Bleiswijk en een verweerder over de geldigheid van een overeenkomst gesloten op 7 juli 1993. De verweerder had de overeenkomst aangevochten en gevorderd deze nietig te verklaren. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof vernietigde dit vonnis en verklaarde de overeenkomst nietig.

De Gemeente stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep van de gemeente verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad veroordeelde de Gemeente tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de verweerder. Hiermee is de nietigheid van de overeenkomst definitief vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Gemeente wordt verworpen en de overeenkomst wordt definitief nietig verklaard.

Uitspraak

4 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/221HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE GEMEENTE BLEISWIJK, gevestigd te Bleiswijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders,
t e g e n
[verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 28 januari 1994 eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, nietig te verklaren althans te vernietigen de in de dagvaarding omschreven overeenkomst van 7 juli 1993, althans de artikelen 1, 3, 4 en 5 van deze overeenkomst.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 8 januari 1998 de vordering van [verweerder] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 26 april 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de overeenkomst tussen de Gemeente en [verweerder] van 7 juli 1993 nietig verklaard.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. D. Stoutjesdijk, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 4 april 2003.