ECLI:NL:HR:2010:BO5216

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:317 lid 1 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vereisten voor stuiting van verjaring bij processtukken in eerdere procedure

In deze zaak stond de vraag centraal of processtukken in een eerdere procedure een mededeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW Pro bevatten die de verjaring zou stuiten. De zaak betrof een geschil tussen eiser en de gemeente Lansingerland, waarbij het hof eerder een arrest had gewezen dat door eiser in cassatie werd aangevochten.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder het arrest van 4 april 2003 (nr. C01/221), en stelt vast dat de klachten die eiser aanvoert niet tot cassatie kunnen leiden. Dit betekent dat de Hoge Raad geen aanleiding ziet om het oordeel van het hof te vernietigen of te wijzigen.

De Hoge Raad motiveert dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig is omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het beroep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vice-president en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 24 december 2010.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

24 december 2010
Eerste Kamer
10/02099
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
GEMEENTE LANSINGERLAND,
zetelende te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G. Snijders.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 218778/HA ZA 04-1752 van de rechtbank Rotterdam van 2 november 2005,
b. het arrest in de zaak 105.004.172/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 januari 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van
de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en
€ 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 december 2010.