ECLI:NL:HR:2003:AF4265
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot voeging in strafproces voor schadevergoeding gezamenlijke schuldeisers
In deze zaak stond de vraag centraal of een curator van een gefailleerde besloten vennootschap zich als benadeelde partij kon voegen in een strafproces tegen een verdachte die feitelijk leiding had gegeven aan bedrieglijke bankbreuk door die vennootschap. Het hof had de verdachte vrijgesproken van meerdere tenlasteleggingen, maar stelde wel een civiele vordering van de curator tot schadevergoeding namens de gezamenlijke schuldeisers toe.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever met artikel 51a Wetboek van Strafvordering beoogt slachtoffers van strafbare feiten een eenvoudige en snelle mogelijkheid te bieden hun civiele vorderingen in te dienen. De curator vertegenwoordigt de gezamenlijke schuldeisers en kan zich op grond van vaste rechtspraak voegen in het strafproces zonder aparte volmacht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist had geoordeeld dat de curator bevoegd was zich te voegen namens de gezamenlijke schuldeisers. De overige klachten van het middel werden verworpen, en het cassatieberoep werd afgewezen. Hiermee werd bevestigd dat de curator namens de schuldeisers civiele vorderingen kan instellen in het strafproces.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de curator zich namens de gezamenlijke schuldeisers kan voegen in het strafproces voor schadevergoeding en verwerpt het cassatieberoep.