ECLI:NL:HR:2003:AF4607
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt exclusieve uitzendrechten van thuisspelende voetbalclubs
De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) vorderde dat de uitzendrechten van voetbalwedstrijden in haar competities gezamenlijk aan haar en de aangesloten clubs toekomen en dat Feyenoord niet individueel deze rechten mocht exploiteren. De rechtbank en het hof wezen deze vorderingen af. De KNVB stelde cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de uitzendrechten primair toekomen aan de thuisspelende clubs, die als eigenaren of gebruikers van het stadion het recht hebben om beperkingen te stellen aan uitzendingen. De KNVB heeft geen medegerechtigdheid tot deze rechten, ondanks haar rol als organisator en de reglementaire bepalingen die haar als centraal verkoopkantoor positioneren.
Het hof oordeelde dat de KNVB en de clubs geen éénlijnsprestatie leveren die een absoluut intellectueel eigendomsrecht rechtvaardigt. De statutaire bepalingen die de KNVB exclusieve verkooprechten toekennen zijn nietig wegens strijd met mededingingsrecht. De Hoge Raad verwierp alle middelen van de KNVB en veroordeelde haar in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de KNVB en bevestigde dat de uitzendrechten exclusief toekomen aan de thuisspelende clubs.