ECLI:NL:HR:2003:AF4838
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof Arnhem over heffing marktgeld gemeente Enschede
Belanghebbende kreeg voor 1998 een aanslag opgelegd door de gemeente Enschede voor het gebruik van een standplaats op de wekelijkse markt op het a-plein te Z. Na bezwaar handhaafde het gemeentelijk belastinghoofd de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag vernietigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof een onjuiste uitleg gaf aan artikel 3 van Pro de Verordening marktgelden en standplaatsrechten 1998. Volgens de Hoge Raad omvat het begrip marktgelden ook heffing voor het gebruik van gemeentelijke eigendommen die bestemd zijn voor openbare diensten, zoals een standplaats op een marktplein.
Daarnaast stelt de Hoge Raad dat de kosten van reclameactiviteiten ter bevordering van markten als door het gemeentebestuur verstrekte diensten kunnen worden aangemerkt en derhalve mogen worden gedekt uit de geheven marktgelden.
De Hoge Raad verklaart het beroep van het college van burgemeester en wethouders gegrond, vernietigt het arrest van het Hof, behoudens het griffierecht, en verklaart het beroep van belanghebbende tegen het besluit van het belastinghoofd ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.