ECLI:NL:HR:2004:AF7547
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over heffing zeehavengeld gemeente Rotterdam
Belanghebbende heeft in 1997 een bedrag van ƒ 333.703 aan zeehavengeld aan de gemeente Rotterdam voldaan en verzocht om teruggaaf. Zowel de Inspecteur als het Hof bevestigden de afwijzing van dit verzoek. In cassatie stelde belanghebbende dat de Verordening Zeehavengeld 1990 niet aan de wettelijke maatstaven voldoet en dat sprake is van misbruik in de zin van het EG-Verdrag.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering omtrent het oordeel dat geen sprake is van misbruik als bedoeld in artikel 86, letter c, EG-Verdrag. Ook ontbrak een nadere motivering over de verhouding van de tarieven tot de economische waarde van de geleverde prestaties. Daarnaast was het oordeel van het Hof dat de Verordening aan wettelijke maatstaven voldoet niet voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens werd het College veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en werd de gemeente Rotterdam verplicht het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.