ECLI:NL:HR:2003:AF6606
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot vestiging recht van overpad wegens onbekendheid verweerder met aanspraak eiser
Eiser vorderde dat verweerder zou meewerken aan de vestiging van een recht van overpad ten gunste van zijn perceel, omdat de notaris dit recht niet in de leveringsakten had opgenomen. De rechtbank en het hof wezen deze vordering af, stellende dat verweerder niet bekend was met het recht van overpad en dit ook niet behoorde te zijn.
Eiser stelde in cassatie dat het hof onjuist had vastgesteld dat het recht van overpad pas na zijn koop aan de notaris was medegedeeld en dat de notaris had verzuimd het recht in de akten op te nemen. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat het hof terecht had geoordeeld dat verweerder niet op de hoogte was of behoorde te zijn van het recht van overpad.
De Hoge Raad bevestigde dat het verzuim van de notaris alleen tot onrechtmatig handelen van verweerder zou kunnen leiden indien verweerder dit kende of behoorde te kennen, wat niet het geval was. Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.