ECLI:NL:HR:2003:AF7542
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkoming
De Rechtbank te Zwolle sprak op 14 juli 1999 de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van verzoeker en zijn echtgenote. Op 8 mei 2001 werd het saneringsplan vastgesteld met een looptijd van drie jaar tot 14 juli 2002. In oktober 2002 stelde de rechtbank vast dat verzoeker toerekenbaar tekort was geschoten in de nakoming van verplichtingen uit de regeling, waarna de toepassing werd beëindigd.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen dit vonnis. Het Hof vernietigde het vonnis voor de echtgenote, maar bekrachtigde het voor verzoeker. Het Hof oordeelde dat verzoeker, door feitelijk een bedrijf over te nemen via zijn zoon zonder toestemming van de bewindvoerder en zonder juiste informatieverstrekking, toerekenbaar tekort was geschoten.
Verzoeker stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad verwierp het beroep, oordelend dat het Hof terecht had vastgesteld dat verzoeker niet aan zijn informatieplicht had voldaan en dat deze tekortkoming ernstig genoeg was om de beëindiging van de regeling te rechtvaardigen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens toerekenbare tekortkoming.