ECLI:NL:PHR:2003:AF7542
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering van de schone lei wegens toerekenbare tekortkoming in schuldsaneringsregeling
In deze zaak staat centraal of verzoeker aan het einde van de schuldsaneringsregeling terecht de schone lei is onthouden. Verzoeker was samen met zijn echtgenote schuldenaar in een schuldsaneringsregeling. Tijdens deze regeling heeft verzoeker zonder medeweten van de bewindvoerder activiteiten ontplooid die inkomsten voor de boedel verborgen hielden. Tevens heeft hij nagelaten de bewindvoerder te informeren over zijn en zijn echtgenotes inkomsten.
De rechtbank en het hof hebben vastgesteld dat verzoeker toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. Het hof oordeelde dat verzoeker feitelijk het bedrijf van zijn gefailleerde werkgever had overgenomen en daar leiding aan gaf, terwijl hij dit niet aan de bewindvoerder had gemeld. Dit verhinderde adequate controle door de bewindvoerder.
Verzoeker stelde dat de gekozen constructie legitiem was en geen nadeel voor de boedel opleverde, maar deze argumenten werden door de Hoge Raad verworpen. De procedure die gevolgd werd was die van art. 352 lid 1 Faillissementswet Pro, waarbij het hof terecht het criterium van toerekenbare tekortkoming hanteerde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de weigering van de schone lei.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de weigering van de schone lei wegens toerekenbare tekortkoming.