ECLI:NL:HR:2003:AF7802
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over waardebepaling onroerende zaak met asbest
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van zijn woning door het Hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente Emmen. Na bezwaar werd de waarde verlaagd van ƒ 486.000 naar ƒ 478.000. Het Hof vernietigde deze uitspraak en stelde de waarde vast op ƒ 453.000, waarbij het volledige bedrag van ƒ 25.000 aan verwijderings- en herstelkosten voor asbest in mindering werd gebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had door de waardedrukkende invloed van asbest altijd gelijk te stellen aan de kosten van verwijdering en herstel, zonder rekening te houden met omstandigheden zoals de aanwezigheid van een verwijderingsplicht of het directe gevaar van het asbest. Het Hof had bovendien niet gemotiveerd waarom in dit geval het volledige bedrag in mindering moest worden gebracht.
Het incidentele beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard omdat het berustte op feiten die niet eerder aan het Hof waren voorgelegd. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof, behoudens de beslissing over het griffierecht, en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling met inachtneming van de overwegingen in dit arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling met inachtneming van de juiste rechtsopvatting over waardevermindering door asbest.