ECLI:NL:HR:2003:AF8267

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 september 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/057HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet sociale werkvoorziening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens tekortschieten WSW-inspanningsverplichting

Eiser heeft WNO gedagvaard wegens het jarenlang onthouden van bemiddeling, stellende dat WNO tekortgeschoten is in zijn inspanningsverplichtingen op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en onrechtmatig heeft gehandeld. Tevens vorderde eiser een verklaring van onrechtmatigheid van een besluit van WNO en schadevergoeding.

De rechtbank Arnhem wees de vorderingen af, welk vonnis door het Gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van eiser niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee blijft de afwijzing van de vorderingen in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

19 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/057HR
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H. Barendrecht,
t e g e n
de openbare rechtspersoon WERKVOORZIENINGSSCHAP NIJMEGEN EN OMGEVING,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: voorheen mr. J.J. Dekker,
thans mr. J.I. van Vlijmen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 16 september 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: WNO - gedagvaard voor de Rechtbank te Arnhem en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat WNO door het jarenlang onthouden van bemiddeling jegens [eiser] is tekort geschoten in de op grond van de WSW bestaande inspanningsverplichtingen dan wel jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld;
2. te verklaren voor recht dat het door WNO jegens [eiser] genomen besluit d.d. 9 augustus 1994 onrechtmatig is jegens [eiser], en
3. WNO te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding ter zake van het sub 1 en 2 gevorderde, nader op te maken bij staat.
WNO heeft de vorderingen gemotiveerd bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 maar 2000 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Bij tussenarrest van 22 mei 2001 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte door [eiser] en bij eindarrest van 23 oktober 2001 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Beide arresten van het Hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
WNO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van WNO begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice- president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 19 september 2003.