ECLI:NL:PHR:2007:AZ0220
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling rechtspersoon voor overtreding Wet Bodembescherming ondanks naamswijzigingen en bedrijfsactiviteitenoverdracht
De zaak betreft de veroordeling van een rechtspersoon voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 13 van Pro de Wet Bodembescherming. De Hoge Raad behandelt onder meer de vraag of de juiste rechtspersoon is gedagvaard, waarbij is vastgesteld dat de oorspronkelijke rechtspersoon niet is opgehouden te bestaan, ondanks naamswijzigingen en overdracht van bedrijfsactiviteiten aan een andere vennootschap.
De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding rechtsgeldig is uitgereikt aan de rechtspersoon onder haar nieuwe naam en handelsnaam, en dat het verweer dat een andere rechtspersoon had moeten worden gedagvaard, ongegrond is. Tevens is geoordeeld dat de stoffen waarop de tenlastelegging betrekking heeft, te kwalificeren zijn als afvalstoffen in de zin van Richtlijn 75/442 EEG en de Wet milieubeheer, ook al waren deze stoffen geschikt voor hergebruik.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de bewezenverklaring met herstel van een kennelijke misslag correct heeft toegepast en dat het hof de betrouwbaarheid van de processen-verbaal terecht heeft beoordeeld zonder nadere motivering. Ten slotte is de opgelegde geldboete passend en geboden, waarbij het hof rekening hield met de milieubescherming en de zorg van de verdachte voor verwijdering van het afval.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon tot een geldboete van € 1000 wegens overtreding van de Wet Bodembescherming.