ECLI:NL:PHR:2006:AY7386
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en toerekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij profijtontneming
In deze zaak gaat het om de ontnemingsprocedure verbonden aan een strafzaak waarin de veroordeelde en mededaders frauduleuze handelingen pleegden ten nadele van de NIB Capital Bank NV voor een bedrag van ruim € 932.000.
De verdediging voerde aan dat het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel verminderd moest worden met € 85.000 omdat de rekening waar het geld naartoe was overgemaakt was geblokkeerd voordat het geld kon worden opgenomen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het voordeel strafrechtelijk wordt behaald op het moment van creditering van de rekening, ongeacht latere blokkering of verlies van het geld.
Verder oordeelde het hof dat het wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs moest worden toegerekend aan de veroordeelden, omdat onvoldoende aanknopingspunten bestonden voor een andere verdeling. De Hoge Raad bevestigde deze rechtsopvatting en het feitelijke oordeel van het hof, waarmee de middelen van cassatie werden verworpen.
De Hoge Raad benadrukte het reparatoire karakter van de maatregel tot ontneming en dat het tijdstip van voltooiing van het delict bepalend is voor de vaststelling van het voordeel. Ook het feit dat het voordeel later verloren is gegaan of in beslag is genomen, beïnvloedt de hoogte van het te ontnemen bedrag niet. De uitspraak bevestigt dat bij onduidelijkheid over de verdeling van het voordeel een gelijke verdeling mag worden aangenomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het moment van creditering en de pondspondsgewijze toerekening aan de veroordeelde en mededaders.