ECLI:NL:HR:2003:AF9711
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in civiele vordering tot betaling
In deze civiele zaak vordert verweerster betaling van een bedrag van ƒ 216.242,61 vermeerderd met contractuele rente van eiser. Na een procedure bij de rechtbank en het gerechtshof, waarbij bewijslevering plaatsvond via enquête en contra-enquête, werd de vordering toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Eiser stelde hoger beroep en vervolgens cassatie in tegen deze uitspraken. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep zonder nadere motivering, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad veroordeelt eiser tevens in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en de rechtbank dat eiser gehouden is tot betaling zoals gevorderd door verweerster.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van de vordering door het hof.