ECLI:NL:HR:2003:AF9786
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting na beroep in cassatie
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 43.610. Na bezwaar bleef de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 40.850 (€ 18.536).
Tegen dit hofarrest stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en de Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep ongegrond te verklaren.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.