Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
mr. P.J. Wattel
Advocaat-Generaal
1.Overzicht
criminal charge). De Awb-wetgever wenste voor de invulling van de term ‘dezelfde gedraging’ in art. 5:44 Awb Pro (
una via) voor bestuurlijke boeten aan te sluiten bij het strafrecht. Ik meen daarom dat voor de vraag of het na interne boetegrondslagcompensatie nog om hetzelfde feit gaat, aangesloten moet worden bij de voorwaarden waaronder een strafbeschikking en een tenlastelegging kunnen worden gewijzigd. De vraag is dan of de reis- en verblijfuitdelingen en de Ferrari-uitdelingen ‘hetzelfde feit’ zijn in de zin van art. 257e(8) Sv (wijziging straf-beschikking), art. 313 Sv Pro (wijziging tenlastelegging) en art. 68 Sr Pro (
ne bis in idem). Volgens uw standaardarrest HR
NJ2011, 394, moet zulks beoordeeld worden op basis van (i) de juridische kwalificatie van de verweten feiten en (ii) de feitelijke gedraging van de verdachte.
NJ2011, 394 moet bij de beoordeling van de verschillen tussen de feitelijke gedragingen van de verdachte gelet worden op de aard en de strekking van de gedragingen, maar ook op de tijd waarop, de plaats waar en de omstandigheden waaronder zij zijn verricht. Ik meen dat het Hof daarop in had moeten gaan en dat zijn uitspraak ook op dit punt onvoldoende is gemotiveerd.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
Naheffingsaanslagen DB 2005 en 2006
3.Het geding in cassatie
fair playbeginsel, en ook met de civielrechtelijke redelijkheid en billijkheid. Interne compensatie leidt tot naheffing buiten de wettelijke termijn.
4.Interne compensatie en compromis bij de belastingheffing
Interne compensatie is ook mogelijk in de beroepsfase
nettobedrag van de aanslag, i.e. het bedrag van de aanslag na verrekening van voorlopige aanslagen en voorheffingen:
BNB1999/68 [8] volgt dat dit meebrengt dat interne compensatie mogelijk is ondanks verloop van de navorderingstermijn.
Karakter en uitleg van het compromis
Ikon-arrest van uw eerste kamer: [13]
Het litigieuze Ferraricompromis
Beoordeling
5.Interne compensatie en compromis bij de boetegrondslag
Voorwaarden waaronder een vergrijpboete kan worden opgelegd
criminal chargeis ex art. 6 EVRM Pro, rijst twijfel of interne compensatie binnen de boetegrondslag mogelijk is onder dezelfde voorwaarden als binnen de aanslag.
NTFR2011/2186. [25] De Inspecteur had de belanghebbende een controlerapport verstrekt dat correcties aankondigde in onder meer de omzetbelasting en loonbelasting/premie volksverzekeringen. Tegen de in overeen-stemming daarmee opgelegde naheffingen en vergrijpboeten ging de belanghebbende in bezwaar en beroep. Bij de Rechtbank beriep de Inspecteur zich op interne compensatie ter zake van bepaalde correcties die ofwel (i) niet in het controlerapport stonden en niet in de oorspronkelijke naheffing waren begrepen, ofwel (ii) wél in het controlerapport stonden, maar niet in de oorspronkelijke naheffing begrepen waren, ofwel (iii) wél in het controlerapport stonden en ook in de naheffing begrepen waren, maar tot een lager bedrag. Ter zake van de enkelvoudige belasting stond de Rechtbank dit toe, niet echter ter zake van de vergrijpboete:
Wijziging van de tenlastelegging en de strafbeschikking in het strafrecht; ‘hetzelfde feit’
Wijziging van de tenlastelegging
NJ2011, 394 gegeven grenzen van art. 68 Sr Pro (zie 6.5), is zij dus aanvaardbaar, ook als zij ertoe leidt dat de tenlastelegging nadien betrekking heeft op een niet-verjaard delict hoewel het aanvankelijk tenlastegelegde delict is verjaard.
NJ2008, 357:
Wijziging van de (fiscale) strafbeschikking
‘Dezelfde gedraging’ in het punitieve bestuursrecht
una viabeginsel (art. 67o en 69a AWR (oud)) is op 1 juli 2009 voor het hele punitieve bestuursrecht opgenomen in art. 5:44 Awb Pro, bepalende dat geen bestuurlijke boete wordt opgelegd als ‘dezelfde gedraging’ reeds strafrechtelijk wordt afgedaan. Art. 243(2) Sv bepaalt het omgekeerde vanuit het strafrecht. Er moet dus vroegtijdig gekozen worden tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening. Deze bepaling vloeit voort uit het
nemo debet bis vexari-beginsel. Art. 5:44 Awb Pro luidt:
lex generalisook voor fiscale beboeting ingevolge de AWR. Met diens invoering verviel art. 67o (oud) AWR, dat als volgt luidde:
creditcard-uitgaven voor reis- en verblijfkosten van haar aandeelhouder ten onrechte niet als belaste uitdeling aangemerkt. De parlementaire toelichtingen bij art. 67f (oud) AWR en art. 5:44 Awb Pro gaan vooral in op de situatie waarin één gedraging onder meer delictsomschrijvingen valt (eendaadse samenloop): [40]
Stb.301), komt immers duidelijk naar voren dat de aangifteverplichting een afzonderlijke verplichting is, die naast de betalingsverplichting moet worden nagekomen. Overigens kon voordien ook reeds gesproken worden van twee naast elkaar staande verplichtingen, zoals blijkt uit HR 22 februari 1984,
BNB1984/233. De nakoming van elke verplichting afzonderlijk kan dus met een boete worden gesanctioneerd.”
creditcard-uitgaven in 2005 die eerder ten onrechte in 2006 waren beboet. De vraag rijst of alle uitdelingsmomenten één (‘hetzelfde’) ‘feit’ zijn, mede gegeven dat de naheffing- en daarmee de vergrijpboetetermijn voor 2005 verstreken was ten tijde van de boetegrondslagwijziging.
7.Beschouwing
criminal charge; zie ook Crijns in 6.11 hierboven), en de Awb-wetgever voor de invulling van de term ‘dezelfde gedraging’ in de zin van art. 5:44 Awb Pro voor bestuurlijke boetes aansluiting bij het strafrecht wenste (zie 6.18 hierboven), meen ik dat de vraag of in casu binnen de boetegrondslag intern gecompenseerd kan worden (of het om ‘dezelfde gedraging’ gaat), aangesloten moet worden bij de voorwaarden waaronder een strafbeschikking en een tenlastelegging kunnen worden gewijzigd.
nietverjaard op het moment van die wijziging.